Deelsessies
Tijdens het congres bezoekt u twee keer een deelsessie. U kunt op het aanmeldingsformulier uw voorkeuren aan ons doorgeven.
NIEUWE TIJDEN VOOR BASISONDERWIJS EN KINDEROPVANG
1. Ankersessie ‘een nieuwe dagindeling’
Veel scholen en kinderopvanginstellingen zoeken naar een beter hanteerbare dagindeling voor de kinderen, de ouders en ook voor de instellingen zelf om een goed totaalpakket aan te bieden. Dit betekent verandering van schooltijden en een nauwere samenwerking met het onderwijs.
Jan Littink, VOS/ABB en Initiatiefgroep Andere Tijden.
Jan Littink, VOS/ABB en Initiatiefgroep Andere Tijden.
2. Pedagogische aspecten van nieuwe schooltijden
Andere schooltijden vraagt om een andere visie op pedagogische vraagstukken. Het recent door het NJI ontwikkelde ‘pedagogisch kader 4-13 jarigen in de BSO’ kan daarbij van pas komen.
Liesbeth Schreuder, Nederlands Jeugdinstituut.
Liesbeth Schreuder, Nederlands Jeugdinstituut.
3. De rol en betrokkenheid van ouders bij de gang naar een ander dagrooster
In deze sessie aandacht voor hantering van draagvlak en emoties bij invoering van andere tijden. Wat is de positie van ouders en de rol van de MR bij verandering van de schooldag?
Fred Butje en Lia Huisman, Da Costaschool, Hilversum.
Fred Butje en Lia Huisman, Da Costaschool, Hilversum.
4. Arbeidsvoorwaarden bij andere schooltijden
Waar moet je wat betreft de arbeidsvoorwaarden rekening mee houden als je de schooltijden gaat veranderen? Is dat een ingrijpend verhaal voor de cao’s en wat moet je afspreken met het personeel, de MR en GMR?
Helène Jansen, AOB.
5. Gemeentebreed invoeren van andere schooltijden
Op één school andere tijden invoeren is nog te overzien, maar hoe doe je dat op meerdere scholen van meerdere besturen tegelijkertijd? In Schoonhoven is de denktank Andere Tijden opgericht die bestaat uit vertegenwoordigers van vijf basisscholen in de gemeente en de Stichting Kinderopvang Schoonhoven.
Cootje Heeringa, Basisschool De Rank, Schoonhoven.
6. Experiment flexibele schooltijden
In 2011 zijn acht scholen gestart met een experiment flexibele schooltijden. De schooltijden en de vakanties mogen op een andere manier geplooid worden over het jaar. Wat zijn de eerste ervaringen in de praktijk?
Lidwien Kok, Sterrenschool Zevenaar.
Lidwien Kok, Sterrenschool Zevenaar.
7. Het vijf gelijke dagen model op de Boemerang
Basisschool De Boemerang in Tilburg werkt al een aantal jaar naar tevredenheid met het 5 gelijke dagen model. Een model waarbij goed rekening gehouden wordt met het programma van en voor kinderen, de werktijden van ouders en de relaties rondom een school. Het model is in de eerste plaats gekozen vanwege de voordelen voor de kinderen, maar er zijn ook tal van voordelen voor ouders, leerkrachten en de relaties rond de school.
Peter de Baar, basisschool De Boemerang, Tilburg.
NIEUWE TIJDEN EN DE BREDE SCHOOL
8. Ankersessie ‘verschijningsvormen van de brede school’
Geen brede school is hetzelfde, een goede brede school sluit aan bij de vragen, problemen én kansen die zich in een gemeente, wijk of dorp voordoen. Dit heeft veel verschillende vormen van brede scholen opgeleverd. Het Landelijk Steunpunt Brede Scholen heeft in samenwerking met Sardes, NJi en AVS een brochure gemaakt waarin deze verschijningsvormen van brede scholen worden toegelicht.
Tonny van den Berg, Landelijk Steunpunt Brede Scholen en Pieter Paul Bakker, NJi.
9. Rendement van brede scholen
Op dit moment maakt een derde van de scholen in het po en in het vo deel uit van een brede school. Er is steeds meer vraag naar de effecten van brede scholen: worden de doelen daadwerkelijk bereikt? In deze sessie beantwoorden we deze vraag op basis van de landelijke effectstudie die Oberon, ITS en Sardes sinds 2009 in opdracht van OCW uitvoeren.
Joke Kruiter, Oberon en Karin Westerbeek, Sardes.
Joke Kruiter, Oberon en Karin Westerbeek, Sardes.
10. De brede school als antwoord op de krimp?
In verschillende regio’s is sprake van bevolkingsdaling en wordt al enkele jaren krimpbeleid gevoerd o.a. in Zuid-Limburg, Noord Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Drenthe. In andere landen is al veel langer sprake van bevolkingskrimp met gevolgen voor de kleine scholen in de dunbevolkte streken. Pieter Appelhof spreekt over de aanpak van de kleine scholenproblematiek in enkele Noord-Europese landen. Als voorbeeld uit eigen land presenteert Albert Krikken uit Drenthe het beleid dat zijn schoolbestuur voert.
Pieter Appelhof, Oberon en Albert Krikken, Openbaar Primair Onderwijs Borger-Odoorn.
Pieter Appelhof, Oberon en Albert Krikken, Openbaar Primair Onderwijs Borger-Odoorn.
11. Leidinggeven aan de brede school
Met de groei van het aantal brede scholen groeit ook het aantal ‘soorten’ leidinggevenden. Schooldirecteuren die het erbij doen, coördinatoren in dienst van welzijnsinstellingen of de gemeente, IB-ers die het erbij doen, locatiemanagers, of ‘brede kapiteinen’. Hoe kun je als leidinggevende binnen de brede school hiermee omgaan?
Martin Hetebrij, De Politieke Dimensie.
Martin Hetebrij, De Politieke Dimensie.
12. Naschoolse activiteiten in de brede school en binnen het IKC
In Zutphen ontwikkelen de scholen en de BSO samen met de andere scholen van Brede School Waterkwartier een activiteitencarrousel. Iedere school biedt een programma aan op basis van hun specifieke profiel: ‘Kosmisch & Cultuur’ bij De Plotter, ‘Taal’ bij De Waaier en ‘Techniek’ bij De Wegwijzer. De BSO sluit daar met haar activiteitenprogramma op aan. Kinderen kunnen na schooltijd met alle activiteiten meedoen, dus niet alleen met die op hun eigen school. Ook worden culturele partners actief betrokken.
Hennie Groot Haar, OOG Onderwijs en Jeugd, Amsterdam en Irma Pieper, Montessorischool de Plotter, Zutphen. Jacintha Hulsman, Clustermanager Kinderopvang de Blokkentoren.
Hennie Groot Haar, OOG Onderwijs en Jeugd, Amsterdam en Irma Pieper, Montessorischool de Plotter, Zutphen. Jacintha Hulsman, Clustermanager Kinderopvang de Blokkentoren.
13. Huisvesting: Aan de slag met de scholenbouwwaaier
Het Atelier Rijksbouwmeester en het Service Centrum Scholenbouw hebben een Scholenbouwwaaier ontwikkeld, die gemeenten, besturen, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen kan ondersteunen bij het nadenken over het ontwerp van het nieuwe of aan te passen gebouw. Deze sessie laat zien hoe de Scholenbouwwaaier (effectief) kan worden gebruikt (of ingezet) in het ontwerp en bouwproces.
Marco van Zandwijk, Coördinator scholenbouwwaaier.
Marco van Zandwijk, Coördinator scholenbouwwaaier.
14. ICT in de brede school
Hoe kun je binnen- en buitenschools leren versterken met behulp van de inzet van ICT? Kun je de samenwerking tussen mensen versterken met ICT? Hoe kan de Brede School worden ingezet als een onderdeel van een community? En wat is er nodig om mensen behulp van ICT met elkaar te verbinden. Welke doelen streef je eigenlijk na
Ton van Rijn, Wittering.nl, Rosmalen.
Ton van Rijn, Wittering.nl, Rosmalen.
15. Het jonge kind in de picture
Harmonisatie peuterspeelzaalwerk en kinderopvang levert veel verschillende samenwerkingsvormen op. De experimenten met de startgroepen peuters in de school komen daar bovenop. Steeds meer partners willen een IKC starten. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de voorschoolse voorzieningen in de brede school?
Sabine Peterink, Sardes en Mirjam Brussée, Kindcentrum De Troubadour, Rosmalen.
Sabine Peterink, Sardes en Mirjam Brussée, Kindcentrum De Troubadour, Rosmalen.
16. De zeven succesfactoren van optimale ouderbetrokkenheid
Frederik Smit, senior onderzoeker, Radboud Universiteit Nijmegen.
Frederik Smit, senior onderzoeker, Radboud Universiteit Nijmegen.
17. Ouderbetrokkenheid als een factor voor brede schoolsucces
Onzichtbare ouders zichtbaar maken. Ouders betrekken bij het kind en de school. De weg van de Van Ostadeschool.
Klaske Hermans, gemeente Den Haag, beleidsmedewerker Onderwijs
Rudy van der Bovenkamp, adjunct-directeur van Ostadeschool, Schilderswijk, Den Haag
Rudy van der Bovenkamp, adjunct-directeur van Ostadeschool, Schilderswijk, Den Haag
18. De meerwaarde van samenwerking
In Eindhoven staat SPIL centrum Blixembosch, een samenwerking tussen SKPO basisschool De Boschuil, Korein Kinderplein, Peuterplaza en het Centrum voor de Kunsten Eindhoven. Deze sessie laat deelnemers zien hoe je al tijdens het ontwikkeltraject van het nieuwe gebouw de samenwerking kunt organiseren en mensen en partijen met elkaar verbindt.
Rob Lindhout, Puur Sang en Karin Mastenbroek, Verbinding met Rood, Eindhoven.
Rob Lindhout, Puur Sang en Karin Mastenbroek, Verbinding met Rood, Eindhoven.
19. Samen werken aan eigen kracht
Jeugdwelzijnswerk in de brede school
Meedoen en jeugdparticipatie, talenten ontdekken en ontwikkelen zijn belangrijke ontwikkelingsdoelen voor de jeugd binnen een brede school. Jeugdwelzijnswerk kan daarbij als belangrijke samenwerkingspartner een grote rol spelen. Jeugdwelzijnswerkers ontwikkelen zich immers door de invoering van Welzijn Nieuwe Stijl steeds meer tot verbinders van verschillende ontwikkelingscontexten: om de school, in de wijk. Bij Welzijn Nieuwe Stijl staan daarbij eigen initiatief en verantwoordelijkheid van de jeugd, hun ouders en de wijkbewoners centraal, op weg naar maatschappelijke participatie.
In deze workshop schetsen we de ontwikkeling in de samenwerking tussen het jeugdwelzijnswerk en het onderwijs aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Het Nederlands Jeugdinstituut schets hierbij de kansen vanuit de methodiek levensecht leren binnen de brede school en de ontwikkelingen van het Jeugdwelzijnswerk aan de hand van de publicatie de Waarde van het Jeugdwelzijnswerk.
Pieter Paul Bakker en Marja Valkestijn, Nederlands Jeugdinstituut.
NIEUWE TIJDEN EN HET KINDCENTRUM
20. Ankersessie: Wat is een IKC en hoe ziet dat er uit?
Aan de hand van de film `kindcentrum verbeeld’ (werktitel) wordt getoond wat een Kindcentrum is en waar het Kindcentrum een antwoord op is. Het kindcentrum (oftewel IKC) is langzamerhand een begrip geworden: “vanuit één organisatie met één leiding, waar diverse professionals 52 weken per jaar tussen 7.30 en 18.30 uur op basis van één missie en visie werken aan de ontwikkeling van kinderen tussen 0 en 13 jaar”. Oorspronkelijk werd het gezien als een stip aan de horizon, maar er zijn inmiddels al verschillende initiatieven.
Frank Studulski, Sardes en Margot Koekoek, APS.
Frank Studulski, Sardes en Margot Koekoek, APS.
21. MASTERCLASS- Een nieuw pedagogisch raamwerk voor kindcentra
In opdracht van het project Andere Tijden heeft Jeannette Doornenbal in samenspraak met wetenschappers en het veld een nieuw pedagogisch raamwerk voor kindcentra (0-12 jaar) ontwikkeld.
Jeannette Doornenbal, Hanzehogeschool, Groningen.
Jeannette Doornenbal, Hanzehogeschool, Groningen.
22. Werk maken van het kindcentrum
Op verschillende plaatsen wordt gewerkt aan de ontwikkeling van kindcentra. Wat kunnen we zeggen over de aanpak, de strategie, succesfactoren, en lokale inkleuring?
Anje Bechtel, OBS Theo Thijssen Zutphen en Maria Jongsma, Vyvoj Groningen.
Anje Bechtel, OBS Theo Thijssen Zutphen en Maria Jongsma, Vyvoj Groningen.
23. Integraal kindcentrum Laterna Magica 0-12 jaar van 07.30-18.30 uur
In Amsterdam is IKC Laterna Magica geopend gebaseerd op de principes van Natuurlijk Leren. Een nieuw gebouw, één visie, één pedagogische bedrijfsvoering, één begroting, één team en nieuwe functies..
Wat ‘bezielt’ hen? Laterna Magica wil iedere splinter talent ontdekken en ontwikkelen zodat kinderen de toekomst kunnen uitvinden.
Annette van Valkengoed, Laterna Magica, Amsterdam.
Wat ‘bezielt’ hen? Laterna Magica wil iedere splinter talent ontdekken en ontwikkelen zodat kinderen de toekomst kunnen uitvinden.
Annette van Valkengoed, Laterna Magica, Amsterdam.
24. De Sterrenschool, een kindcentrum met een ander bedrijfsmodel
In Apeldoorn is een Sterrenschool opgezet, een gedurfd plan met een andere dagindeling, flexibele vakanties en intensieve samenwerking tussen school en opvang. En dat alles zonder extra kosten voor ouders en deelnemende organisaties. Wat zijn de eerste verhalen en opbrengsten? Hoe bevalt het kinderen, ouders en medewerkers?
Hans van der Most, Sterrenschool Apeldoorn en Johan Gelderloos, Kinderopvang OOK, Apeldoorn.
Hans van der Most, Sterrenschool Apeldoorn en Johan Gelderloos, Kinderopvang OOK, Apeldoorn.
25. Leiderschap in een kindcentrum
Een kenmerk van het kindcentrum is dat er gestreefd wordt naar een éénhoofdige aansturing Wat betekent dit? Welke consequenties zijn er? Moet het per sé iemand van onderwijs zijn, of mag het ook een manager kinderopvang zijn?Een voorbeeld van twee kapiteins - samen aan het stuur.
Een kenmerk van het kindcentrum is dat er gestreefd wordt naar een éénhoofdige aansturing Wat betekent dit? Welke consequenties zijn er? Moet het per sé iemand van onderwijs zijn, of mag het ook een manager kinderopvang zijn?Een voorbeeld van twee kapiteins - samen aan het stuur.
Solange Hommes, Mondomijn, een brede school van Korein Kinderplein, Helmond.
26. Juridische en technische zaken in het IKC
Het IKC kent ook een aantal bestuurlijke / juridische vraagstukken: maken we een nevenstichting, een fusie, een corporatie? Hoe doen we het met de fiscus? Wie heeft de verantwoordelijkheid? Hoe doen we dat met geld?
Ron Davids, Bond KBO, Woerden.
Ron Davids, Bond KBO, Woerden.
27. Samenwerken in een multidisciplinair team
In een IKC werk je meer dan in andere organisaties samen met andere disciplines: in een multidisciplinair team. Het is belangrijk om eerst een gezamenlijke visie op kinderen te ontwikkelen. Dat dient als basis voor de samenwerking tussen de professionals van de school en het kindcentrum
Zwanet Oosterhof, Educatief Kindcentrum De Atlas, Heerenveen.
Zwanet Oosterhof, Educatief Kindcentrum De Atlas, Heerenveen.
28. Maastricht op koers naar kindcentra
MosaLira, schoolbestuur in Maastricht, wil met alle 23 locaties doorgroeien naar kindcentra. Zij doet samen met MIK Kinderopvang. Waarom komt deze ambitie vandaan? Hoe is het proces ingezet? Welke partijen zijn betrokken? Wat komt men tegen?
Per Ebbelink, MosaLira en Els Landerloo, MIK Kinderopvang, Maastricht.
Per Ebbelink, MosaLira en Els Landerloo, MIK Kinderopvang, Maastricht.
NIEUWE TIJDEN EN LOKAAL EDUCATIEF BELEID
29. Ankersessie: de rol van de gemeente
Dit thema richt zich op het lokaal integraal jeugdbeleid. Hoe kun je als gemeente de sociale en fysieke inspanningen goed op elkaar afstemmen? Hoe zorg je dat zorg, opvang, onderwijs, VVE, cultuur, sport (etc) elkaar niet in de weg zitten, maar elkaar versterken? De gemeente Almere heeft een inhoudelijke visie ontwikkeld waarin op termijn de peuterspeelzalen zijn opgegaan in de kinderopvang. De gemeente koopt dan peuterplaatsen in bij de kinderopvang en verbindt daaraan inhoudelijke voorwaarden. Belangrijk is dat de kinderopvang zich op maatschappelijke doelen richt.
Elly Dekker, VNG, Den Haag en René Peeters, wethouder gemeente Almere.
Elly Dekker, VNG, Den Haag en René Peeters, wethouder gemeente Almere.
30. Een tandje hoger…
Wat is het belang van kindcentra voor een gemeente? Hoe kun je vanuit de gemeente kindcentra aanjagen? Wat is je bestuurlijke rol, welke scenario’s zijn voorhanden? In de gemeente ’s-Hertogenbosch werkt men voortvarend aan de ontwikkeling van kindcentra, onder andere via de Kopgroep Wethouders voor kindcentra.
Hans Migchielsen, gemeente ’s-Hertogenbosch.
Hans Migchielsen, gemeente ’s-Hertogenbosch.
31. De brede school als motor in de wijk
Soms hangt voor de positieve ontwikkeling van een wijk alles met alles samen en is er veel meer nodig dan een paar projecten. De brede school speelt daar ook een rol in, als middel van integratie, als ontmoetingsput in de wijk, als multifunctionele accommodatie. Hoe kun je er als lokale overheid voor zorgen dat de kwaliteit van je pedagogische voorzieningen op orde zijn. Voorbeeld: Project Kwaliteitssprong Rotterdam-Zuid volgens methode Harlem Children Zone.
Ruud Rakers, Programmabureau Pact op Zuid, Rotterdam.
Ruud Rakers, Programmabureau Pact op Zuid, Rotterdam.
32. Brede schoolbeleid herzien
Sommige brede scholen bestaan al meer dan 15 jaar. Het beleid heeft zich soms gevormd door een stapeling van beleid en projecten. Voor een tweede of soms al derde keer wordt het concept aangepast en bijgesteld. Dan dient zich soms een aanleiding aan om het beleid te herzien, te herijken, nieuwe subsidieregels te maken. Hoe worden nieuwe doelen en werkwijzen aangepast? Hoe verloopt dat proces, wie spelen een rol, waarom worden bepaalde keuzes gemaakt? Een verhaal uit pioniergemeente Groningen.
Anita Schnieders, gemeente Groningen en Jur de Haan, Bureau Zunderdorp, Den Haag.
Anita Schnieders, gemeente Groningen en Jur de Haan, Bureau Zunderdorp, Den Haag.
33. Behoud van de educatieve infrastructuur in plattelandssituaties
De problemen in krimpregio’s zijn legio, de oplossingen lastig en het is onduidelijk wie hierbij de regie neemt. Hoe kun je in een krimpregio samenwerken om de educatieve infrastructuur te behouden? Wat moet daarvoor gebeuren, wat zijn knelpunten en dilemma’s waar gaat het goed waar gaat het mis en waarom? Zeeuwse ervaringen passeren de revue.
Paulette de Kraker, SCOOP, Middelburg en Jan Ennik, RPCZ, Vlissingen.
Paulette de Kraker, SCOOP, Middelburg en Jan Ennik, RPCZ, Vlissingen.
34. Alert4You en de bijdrage aan positief jeugdbeleid
De zorg voor kinderen en jeugdigen is erg in beweging. Na de invoering van het CJG, wat nog volop aan de gang is in veel gemeenten, komt ook passend onderwijs eraan en als klap op de vuurpijl de transitie van de Jeugdzorg van de provincie naar de gemeenten. Kun je de zorg in het basisonderwijs zo organiseren dat kinderen en ouders hier maximaal van profiteren? Hoe krijgt de driehoek zorg-school-opvang gestalte? Welke partijen heb je daarbij nodig en hoe kan je dat beïnvloeden?
Gerdi Meyknecht, Alert4You.
Gerdi Meyknecht, Alert4You.
35. Een vanzelfsprekend zorg structuur
School, CJG en kinderopvang op één locatie vinden elkaar snel in de zorg voor `bijzondere’ kinderen. In de Ster, Lent/Nijmegen is sprake van een vanzelfsprekende zorgstructuur, alle kinderen en gezinnen zijn bekend, professionals lopen snel bij elkaar binnen.
Carla van den Bosch, Kindercentrum de Ster/basisschool Het Talent, Lent/Nijmegen.
Carla van den Bosch, Kindercentrum de Ster/basisschool Het Talent, Lent/Nijmegen.
36. Sport en bewegen: combinatiefuncties sport in de brede school
Minister Schippers van VWS wil vanaf 2012 jaarlijks 70 miljoen in sportfaciliteiten investeren om het mensen gemakkelijker te maken voldoende te bewegen. Er komen 2.900 nieuwe banen voor sportcoaches. Sportaccommodaties moeten ook efficiënter worden benut. Om dat te bereiken wordt een speciale task force in het leven geroepen. De ervaringen tot nu toe met combinatiefuncties zijn positief.
Dorien Dijk, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, Ede.
Dorien Dijk, Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, Ede.
37. De Vreedzame School: democratie moet je leren
Ongeveer 500 basisscholen werken inmiddels met het programma De Vreedzame School. In De Vreedzame School wordt de school beschouwd als een oefenplaats voor actief en democratisch burgerschap. Leerlingen krijgen een stem, mogen meedenken over allerlei zaken, krijgen verantwoordelijkheden. Bovendien leren ze op een positieve en zorgzame manier met elkaar om te gaan, en hoe je conflicten constructief kunt oplossen. Door de positieve effecten van De Vreedzame School wordt op veel plekken het programma verbreed, tot De Vreedzame Brede School en De Vreedzame Wijk. Met deze verbreding wordt een samenhangende pedagogische aanpak ingevoerd in alle andere organisaties die met kinderen in de basisschoolleeftijd werken.
Ongeveer 500 basisscholen werken inmiddels met het programma De Vreedzame School. In De Vreedzame School wordt de school beschouwd als een oefenplaats voor actief en democratisch burgerschap. Leerlingen krijgen een stem, mogen meedenken over allerlei zaken, krijgen verantwoordelijkheden. Bovendien leren ze op een positieve en zorgzame manier met elkaar om te gaan, en hoe je conflicten constructief kunt oplossen. Door de positieve effecten van De Vreedzame School wordt op veel plekken het programma verbreed, tot De Vreedzame Brede School en De Vreedzame Wijk. Met deze verbreding wordt een samenhangende pedagogische aanpak ingevoerd in alle andere organisaties die met kinderen in de basisschoolleeftijd werken.
Leo Pauw projectleider De Vreedzame School bij onderwijsbureau Eduniek

